Het ga je goed Gismo

620777_4308924553633_1436982456_o

Enkele jaren geleden hadden we thuis een kat. Een vondeling die een half jaar in ons huis gewoond heeft. Tot het beest omver gereden werd. Spijtig maar veel indruk liet het niet na. Dat is nu wel even anders. We hebben Gismo, onze golden retriever, na zestien jaar moeten doen inslapen. Veel levensplezier had hij niet meer. Blind, pijn, amper nog in beweging te krijgen. For the better cause dus. Maar zestien jaar, dat is een hele hap uit mijn jeugd.  Samen opgegroeid eigenlijk. Konden we hem zijn memoires laten schrijven, hij zou als stille toeschouwer heel wat over ons gezin kunnen vertellen. Pijnlijke geheimen, vrolijke zotheden, momenten van verdriet, schaamtelijke toestanden in het hulst van de nacht, eerste liefdes, ruzies, plezier, … Hij heeft het allemaal meegemaakt. Zonder oordelen, want zestien jaar lang bleef hij ons volgen. Wachten. Vertrouwen. Bizar trouwens hoeveel mensen op de één of andere manier wel een band hadden met onze hond.  Soit, zestien jaar is lang, maar misschien toch enkele anekdotes.

– Al van in het begin was’t een specialen. De kleinsten en de bleeksten van het nest. De eerste keer dat ik hem zag, paste hij zelfs in een planta-doosje. Bij een volgend bezoek trapte mijn broer op zijn poot, maar toch bleef hij naar ons komen. Tegen de zin van mijn pa zogezegd, tot we hem slapend met onze puppy op zijn buik betrapten.

– Gismo kon bijzonder intelligent zijn, maar had ook wel zijn euhm… dommere momenten. Toen hij met zijn snuit vastzat in een bloempot en er als een varken uitzag bvb. Of toen hij bijzonder trots met een stokbrood in de bek naar buiten wou lopen en uiteraard niet door de deur geraakte. Een kwartier lang. Tot het stokbrood uiteindelijk gewoon brak. Of hoe hij in volle vaart altijd zijn bocht miste op de tegels en in het decor vlamde. Maar slim dus ook. Hoe hij je aandacht kon afleiden en ondertussen je boterham of koek stal. Of toen we gingen wandelen met hem, hij voor de neus van de eigenaar zijn poot ophief tegen versgeplante bloemen en ze daarna nog vertrappelde ook. En wij maar rood worden. Veel kunstjes leerden we hem niet, maar hij kon toch maar mooi high fives geven.

– Ooit zat mijn been in het gips. Na enkele weken kreeg ik een soort plastieken spalk waar ik een lange kous onder moest dragen. Tot de kous op een dag niet meer op zijn plaats lag en ik mijn pa de hond achterna zag zitten in de tuin. Met een stuk kous uit zijn gat. Van de hond uiteraard. Opgegeten maar niet goed verteerd. Dingen binnenspelen die hij niet mocht eten was zijn specialiteit trouwens. Gloednieuwe skateschoenen bijvoorbeeld, nooit aangedaan. Maar vriendelijk als hij was, liet hij toch een stukje beneden de trap liggen. Of mijn schoolagenda. “Mevrouw, mijn hond heeft mijn agenda opgegeten.” Daar ging mijn geloofwaardigheid.

– Tolerant, dat ook. Met de kat waarover ik eerder al vertelde bijvoorbeeld. Toen die kat in zijn mand kroop, probeerde Gismo zelfs in de veel te kleine mand van de kat te slapen. En als er kattenboel was in de tuin, dan ging hij even de stoeren uithangen. En die kat wist dat maar al te goed. Maar ik herinner me ook het moment waarop de kat vanop de poef mijn hond maar bleef kloten. Tok, tok, tok tegen zijn kop. Tot Gismo tegen de poef bokte en zo de kat anderhalve meter de lucht in katapulteerde.

– Of het moment waarop een vriend een scheet liet en Gismo omver viel. Of we in de tuin het spelletje hadden dat we omterlangst op handen en knieën moesten zitten en zien wie het slachtoffer van de hond zou worden. Of hoe hij zijn kop op je schoot legde in de hoop er een wandeling uit te krijgen. Elke bal kapot beet. De ergste stinkscheten liet. Rondliep in een pullover. Keer op keer de sneeuwballen die je in zijn richting gooide op at. Mijn ma omver liep in al zijn enthousiasme op het strand. Plots kopje onder ging in een onverwacht diepe plas. Hoe hij ineens ziek werd, ten dode opgeschreven werd maar er toch helemaal doorkwam. En hoe hij, als je ’s nachts te laat thuiskwam, zo vriendelijk was heel het huis wakker te trommelen door met zijn staart tegen de zetel te kwispelen.

Het zal toch wat leger zijn in huis.

5 Comments

  1. Knap geschreven, met plezier gelezen. Herkenbaar. Doet me denken aan onze hond Boulie🙂 Maf eigenlijk dat een dier zo’n sterke indrukken kan nalaten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s