De balkonscène herschreven

Romeo: Oh edele jonkvrouwe, ik zou u willen redden uit de dagelijkse sleur. Kom aan uw balkon tevoorschijn!
Julia: Mijn koene ridder wat heb ik u gemist! Komt naar mij, ik wil u in mijn weelderige boezem verstikken!
R: Oh lieve schone, waarom blaas je zo hoog van uw toren?
J: De soep is heet, liefste der liefsten!
R: Kom naar benee en ik zal je frisse wind zijn!
J: O lieve prins, de deur is op slot!
R: Hoe kom ik dan tot bij u ,snoes?
J: M’n haar is niet zo stevig meer als het geweest is. De nieuwe fructis van laboratoir garnier is op, nooit meer zal mijn scalp kunnen dienen als ladder, zelfs niet voor een edele prins. 
R: Ik zal me bezondigen aan hoogmoed en zo tot aan uw vensterraam verschijnen! 
J: Zoete honing, je weet toch dat hoogmoed ten val komt 
R: Wat is een val in de diepste diepten vergeleken met een blik in uw ogen?
J: Zolang het maar geen soepblik is, kan ik leven met uw zeemzoeterige aandacht, maar het vensterraam is zo klein en puberteit toverde mijn bekken om in te groot! Nooit of te nimmer zal het nog elegant door dit miniscuul raampje kunnen glippen. 
R: Ik breek het uit met mijn lans! 
J: Mijn bekken?! 
R: Neen jij gans, het vensterraampje!
J: Oooh Romeo
R: ooooh Julia! Wil je met me trouwen? 
J: Neen!

En Romeo leefde nog lang en gelukkig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s