Het verhaal van Elke

Onlangs verscheen dit op een collegablog.

“Ik sta me aan de kassa weer maar eens te ergeren aan het gepiep-piep-piep van de kassa en het gejank-jank-jank van kinderen want die idioten van managers plaatsen de lekkerste snoepjes net daar waar die snotaapjes moeten wachten, enfin. Rotmoment. Soit, nu staat er een man voor me in de rij. Ik ga hem randdebiel noemen, want debiel volstaat gewoonweg niet. De randdebiel krijgt telefoon… “Dag schatje! eeeuhm, nee euh, ik ben nog in Brussel. Ik koop net iets te eten. Neen hoor, je moet écht niet opblijven voor me. Ik heb nog kweeniehoeveel werk. Het wordt sowieso laat. Daaaaaag, ik hou van je”. Echt, gij godmiljaarste dikke randdebiel. Moet je weten dat ik helemaal niet in Brussel woon, en dat ie gezellig een flesje wijn kocht en geen liters bier. Moet je dus meteen ook gaan weten dat de randdebiel geen avondje voetbalplezier in gedachten had met nog meer van die randdebielen maar hoogst waarschijnlijk een avondje humpa humpa met een dame die blijkbaar heet wordt van randdebielen.” -elk.-

En dan nu de rest van het verhaal.

Elke besloot van het hier niet bij te laten. Ze moest het ware verhaal kennen. Zo nieuwsgierig was ze, dat ze zelfs haar winkelkar liet staan en dus geen eten voor de avond had. Ze sprong in haar auto en vlamde de randdebiel achterna. Na een klein kwartiertje rijden hield die halt aan het Keizerpark. De zon zakte stilaan achter de horizon.

“Blijkbaar toch niet meer zo veel werk hé meneertje”, dacht Elke terwijl de rotzak alsmaar dieper het park inliep. In ware Sherlock Holmes-stijl ging ze hem achterna, op een veilige afstand om zeker niet gespot te worden. Elke probeerde zich een beeld te scheppen van de vrouw waarmee de klootzak zijn echtgenote ging bedriegen. Zeker een blonde. Met grote borsten. De man ging naast een persoon zitten op een bankje. EEN KUS! En wat voor enen. Elk vermoeden werd bevestigd. Wat een ontrouwe hond!

Maar daar hielden de tortelduiven het niet bij. Strelen, kussen, bepotelen, hand in de broek en dat allemaal verdoken in de schaduwen van bomen. Elke haar kaak viel bijna op de grond. Deze twee lieten er geen gras over groeien. Blijkbaar was de nood echt groot want de rotzak trok zijn muze mee het struikgewas in. Gedegouteerd luisterde Elke naar de kreungeluiden, helemaal aangedaan van het toneeltje dat ze juist zag. Ze wou haar lief bellen. Zijn stem horen.

Elke vormde het nummer van haar vriend en wachtte op de verlossende stem tot plots uit de struiken klonk: “Elke? Kan je later terugbellen? Ik zit in een vergadering.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s